Taalverhaal #6: Marlies

Naam: Marlies
Leeftijd: 31
Moedertaal: Nederlands
Andere talen: Arabisch, Frans, Engels en Duits

Marlies leerde tijdens haar studie Frans en Arabisch, in Amsterdam, Frankrijk en Jordanië. Ze kletst zonder problemen met Franse garagehouders en kan Arabische taxichauffeurs versteld doen staan.

Hoi Marlies! Jij hebt tijdens je studie zowel Frans als Arabisch geleerd. Waarom had je voor die talen gekozen?

Mijn liefde voor het Frans begon al op de middelbare school. In de bovenbouw had ik een heel goede en inspirerende docent. Dus toen ik Europese Studies studeerde in Amsterdam en ik er een taal bij moest kiezen, was het voor mij direct duidelijk dat dat Frans moest zijn. Frans is bovendien binnen Europa een heel relevante taal.

Later in mijn studie volgde ik steeds meer vakken over het Midden-Oosten, de islam en de multiculturele samenleving. Ik kwam zo in contact met het Arabisch en ik vond het een mooie taal. Exotisch en heel anders dan wat ik kende.

Hoe heb je het Frans en Arabisch leren aangepakt?

Frans heb ik voor een groot deel op de universiteit geleerd. Dat was gelijk op hoog niveau en toen viel ik eerst wel even door de mand. Een docent vroeg eens of ik wel al eerder Frans had geleerd. Ik heb toen heel veel aandacht aan het vocabulaire besteed – het werd een sport om bij woordjestoetsen alles goed te hebben – en ik ben Franse media gaan volgen. Later ben ik bij het Institut Français gaan werken en merkte ik echt vooruitgang omdat ik daar gedwongen was de hele tijd Frans te praten met collega’s en mensen aan de telefoon.

Ik heb ook een semester aan de universiteit in Aix-en-Provence gestudeerd. Toen was mijn hele leven in het Frans: colleges, papers, mondelinge examens… Een echte onderdompeling. Ik droomde op een gegeven moment zelfs in het Frans. En dankzij een zomer op de alarmcentrale van de ANWB in Lyon ken ik ongeveer alle auto-onderdelen, door mijn telefoongesprekken met dépanneurs en garagistes.

En Arabisch, hoe heb je dat geleerd?

Dat heb ik naast mijn studie en werk geleerd, met een cursus in de avond. Ik had les in een klein groepje en we begonnen met het schrift. Letter voor letter leerden we Arabisch schrijven en lezen. We oefenden ook gesprekjes met elkaar.

Met die cursus ben ik ongeveer tot A1-niveau gekomen, maar het ging me niet snel genoeg. Daarom ben ik tijdens een break in mijn master drie maanden naar Amman in Jordanië gegaan voor een intensieve taalcursus. Elke dag had ik meerdere uren les en ik kon wat ik leerde direct in de praktijk brengen.

Ging Arabisch leren in Amman inderdaad sneller dan in Amsterdam?

Jazeker, ik heb daar veel geleerd. Maar ik merkte ook dat ik het spannend vond om Arabisch te praten, wat ik met het Frans veel minder had. Een aantal Arabische klanken vond ik heel lastig en daar was ik me erg bewust van. Die drempel om te praten werd wel minder, maar omdat ik toch vooral met andere internationals omging, praatte ik veel Engels. Achteraf gezien was een verblijf in een gastgezin misschien beter geweest.

Ben je nu nog bezig met Frans of Arabisch leren?

Frans gebruik ik nog regelmatig op mijn werk en dan vind ik het leuk om het te kunnen gebruiken. Maar door een drukke baan, jonge kinderen en de beslommeringen van het volwassen leven heb ik geen tijd om verder te gaan met Arabisch. Ik praat het nog af en toe, maar het is wat weggezakt. Misschien dat ik er in de toekomst weer mee verderga.

Wat is het beste dat het Frans en het Arabisch je gebracht hebben?

Contact met mensen die alleen die talen spreken. Zeker Arabisch sprekenden waren heel verrast als ik Arabisch met ze sprak. Talen openen de mogelijkheid om een persoon of een nieuwe cultuur beter te leren kennen en zo’n ervaring verrijkt je. Dat had ik ook bij het Frans: een taal dichter bij huis, maar ook met een heel eigen cultuur en geschiedenis.

Had je vooraf een duidelijk doel voor ogen?

Mijn belangrijkste motivatie was altijd dat ik het leuk vond om de taal te leren. Maar het biedt natuurlijk ook mogelijkheden op de arbeidsmarkt. In de internationale betrekkingen is taalbeheersing echt een pre. Ik werk nu op het gebied van vluchtelingen en migratie en daar zijn zowel Frans als Arabisch heel relevante talen.

Wat vond je leuk om te leren?

Spreekvaardigheid!

Wat vond je minder leuk om te leren?

Grammatica, daar had ik niet veel geduld voor. Als iemand me begrijpt als ik het halfbakken zeg, waarom zou ik dan mijn best doen om het beter te zeggen? Maar ik denk ook dat mijn perfectionisme me daar in de weg zat. Ik wilde het goed doen of niet doen. Dus als het niet gelijk goed lukte, deed ik het maar niet.

Vind je dat je een talenknobbel hebt?

Jawel. Ik heb muzikaal gehoor en dat helpt bij de uitspraak en bij het onthouden van woorden. Ook ben ik creatief in het vinden van andere vormen om iets te zeggen als ik een woord niet weet. Dat lukt me in beide talen goed.

Wat is een waardevolle les die je tijdens het leren hebt opgedaan?

Je moet de taal echt toepassen: doen, doen, doen, doen, doen! Bij het Arabisch heb ik dat niet genoeg gedaan, omdat ik het spannend vond. Maar dat moet je loslaten. Mensen waarderen het enorm als je iets in hun taal probeert te zeggen, ook al hakkel en stamel je. Ook al is je verhaaltje vol fouten. Gewoon doen!

Welke tip heb je voor andere mensen die Frans of Arabisch leren?

Breng de taal zo veel mogelijk in de praktijk. En begin er alleen aan als je het echt leuk vindt. Een taal leren vraagt om discipline, die moeilijk op te brengen is als je het niet ook leuk vindt. Maar het belangrijkste is om het veel te doen, en om het dan niet perfect te willen doen.

Tot slot, wat is je lievelingswoord?

Ik heb een lievelingswoord in het Arabisch, أجنبية(‘ajnabia’). Dat betekent buitenlandse. Ik gebruikte het als ik af en toe op de markt of in de taxi werd afgezet. Dan zei ik: ‘Ik ben dan wel buitenlandse, maar ik ben niet gek.’ De mensen tegen wie ik het zei waren dan meestal in shock.


Cursus: nieuwe taal leren

Arabisch leren