Taalboekentip: Het grote Taalmuseum vakantieboek

Bij de kassa van de boekwinkel lag een groot, vrolijk gekleurd vakantieboek: Het grote Taalmuseum vakantieboek. Een vakantieboek waarvoor je niet per se op vakantie hoeft: ‘voor globetrotters en huismussen’ aldus het omslag. Ik kon het niet laten liggen. Het stelde niet teleur.

Het grote Taalmuseum vakantiekboek

Het vakantieboek is een uitgave van het Taalmuseum. Het Taalmuseum is geen fysiek museum, maar een initiatief van de Universiteit Leiden. De stichting wil taalkennis zichtbaar maken en zo het enthousiasme vergroten, met onder andere tentoonstellingen, podcasts en nu dus dit vakantieboek.

Mijn reis met het vakantieboek begon in het Zomaarcafé op Rembrandtsplein, dankzij een gedicht van Mustafa Stitou. Daarna ging ik naar België met Nyk de Vries. Ik kleurde een kampvuur, zocht verschillen tussen ranke palmbomen en testte mijn kennis van Nederlandse spreekwoorden met cijfers en letters. En toen was de reis nog maar net begonnen. Ik verheug me nog op de vakantiekiekjes en geografiequiz aan de hand van citaten uit de literatuur. Op het Woordgraptogram. Op de getekende schrijvers en de cultuurquizzen – zal ik die zelf gaan maken of als quizmaster presenteren aan mijn reisgenoten? En niet te vergeten op de verhalen en de gedichten, de nieuwe woorden en de streektaalwoorden.

Het hele vakantieboek is mooi vormgegeven, kleurrijk en vol enthousiasme: binnen een paar minuten had het een plek in mijn koffer veroverd. Het wordt een mooie zomer.